Als een vis in het water…./

Halverwege de vorige eeuw, zo net na de oorlog (zo’n 65 jaar geleden) overnacht een fransman, André C. Bertoni, op terugreis naar Parijs enige nachten in de stadsherberg van Ravenstein.
Onder het genot van een goed glas wijn krijgt de Fransman in de stadsherberg een verhaal te horen waarvan hij aanvankelijk denkt dat het een verzinsel is Het verhaal speelt af in 1360, tijdens de bouw van het kasteel Ravenstein, dat wordt opgebouwd uit de ‘tweedehandse’ stenen van het kasteel in Herpen.
Een lokale schone dame, blijkt een heks te zijn en wordt volgens gebruik getest  op haar drijfvermogen in de nieuwe stadsgracht. Als een godin lijkt zij te zweven over het water, haast gewichtloos. Ze verdwijnt uit zicht, maar wil daarna nog wel eens op mistige avonden uit de stadsgracht opduiken. Zo wordt de mythe rondom het monster van  de Ravensteinse gracht geboren.
Wanneer de Fransman het café verlaat en nog een late avondwandeling langs de grachten wil maken, doemt voor hem al snel uit de mist een levensgrote vis op.  Snel maakt de man, als een echte ontwerper altijd getooid met een potlood en papier, een vlugge schets van het monster, als bewijs van de ontmoeting.
De volgende dag vertelde hij tegen iedereen van de verschijning die hem aan een levensgrote snoek deed denken.
Lachend werd de man uitgezwaaid.
Nog jaren bleef de verschijning door zijn hoofd spoken en gaf hem aanzet tot vele grote ontwerpen. Voor ons het bewijs dat ‘het monster van Ravenstein’ wel degelijk bestaat

Gedicht van Kees Rood, uit de bundel ‘dichetr bij de kunst’ over ‘Het monster van Ravenstein’.

Het domme van een wrak
is dat het zich laat zien
op open water
dat het niet zinkt
is nog maar een kwestie van seconden.
 
Maar wij staan aan de kant,
kijken naar het noodlottig spektakel,
uit een kwaadaardigheid
die ook niet zo best is
als wij denken